D-OC predikaat bij een paard of veulen: waardevolle informatie, maar geen voorspelling van de röntgenuitslag
Je hebt een interessant veulen gevonden en bekijkt de gegevens. Naast de afstamming en beschrijving zie je misschien ook een D-OC-predicaat of een genoomfokwaarde staan. Wat vertelt die waarde je? En wat betekent een hogere of lagere score voor de toekomstige gezondheid van het veulen?
Het D-OC predikaat is een hulpmiddel dat je kan ondersteunen bij je keuze. Het geeft een inschatting van de erfelijke aanleg voor osteochondrose, maar voorspelt niet of een veulen later wel of geen OC of OCD op de röntgenfoto’s zal hebben.

Wat is het D-OC predikaat?
D-OC staat voor DNA-predicaat osteochondrose. Het KWPN berekent op basis van DNA-onderzoek een genoomfokwaarde voor osteochondrose: de GFW OC. Hiervoor wordt een haarmonster gebruikt, waardoor het onderzoek al bij een jong veulen mogelijk is.
Deze fokwaarde geeft informatie over de erfelijke aanleg voor OC ten opzichte van de KWPN-populatie. Voor fokkers is dit een hulpmiddel om die aanleg mee te wegen bij hun fokkerijkeuzes.
Osteochondrose, afgekort OC, is een verstoring in de ontwikkeling van kraakbeen naar bot in een gewricht. Wanneer daarbij een fragment losraakt, spreken we van OCD. Erfelijke aanleg speelt een rol, maar ook omstandigheden tijdens de groei en opfok hebben invloed.
Een verwachtingswaarde, geen diagnose
Het belangrijkste om te begrijpen: de D-OC-waarde is een geschatte fokwaarde, oftewel een verwachtingswaarde voor de erfelijke aanleg. Het is geen diagnose van de gewrichten van het individuele paard.
Een veulen met een lage D-OC-waarde kan later bij röntgenologisch onderzoek helemaal géén OC of OCD blijken te hebben. Andersom kan een veulen met een gunstige waarde of een D-OC-predicaat toch afwijkingen ontwikkelen.
Het KWPN benadrukt dit onderscheid ook: een lage waarde hoeft zich niet te uiten in het paard zelf, terwijl een paard met een gunstige erfelijke aanleg wel OC kan hebben.
Laat je een paard bijvoorbeeld op driejarige leeftijd röntgenologisch onderzoeken? Dan biedt de eerdere D-OC-uitslag geen garantie op een gunstig óf ongunstig resultaat. Een lage score betekent niet automatisch afwijkende foto’s. Een hoge score garandeert geen foto’s zonder afwijkingen.
Wat betekent een waarde van 96 of hoger?
Het gemiddelde van de KWPN-populatie wordt op 100 gesteld. Een hogere waarde is gunstiger voor de verwachte vererving van OC. De score is geen percentage: 100 betekent dus niet ‘100% gezond’.
In de KWPN-uitleg worden waarden van 96 tot en met 104 als rond het gemiddelde beschreven. Vanaf 105 is de verwachte vererving gunstiger dan gemiddeld.
Een uitslag van 96 of hoger is daarmee nog altijd een mooie uitslag om mee te nemen in je afweging. Dat de predicaatgrens inmiddels is verhoogd naar 99, maakt een waarde van 96, 97 of 98 niet ineens tot een slechte uitslag. Het is belangrijk om de werkelijke betekenis van de waarde te bekijken, naast de administratieve grens voor het behalen van het predicaat.
Een veulen met 98 wordt immers niet plotseling een ander paard doordat de predicaatgrens naar 99 verschuift.
Wat is er in 2026 veranderd?
Het KWPN heeft de minimale genoomfokwaarde voor het behalen van het D-OC-predicaat bij merries verhoogd.
Datum van de uitslag | Minimale waarde voor het D-OC-predicaat bij merries |
In 2025 | 96 |
Tot en met 28 februari 2026 | 96 |
Vanaf 1 maart 2026 | 99 |
Daarbij telt de datum van de uitslag, niet de datum van de aanvraag. Het KWPN wil met de hogere grens strenger selecteren op gezondheid. Voor de hengstenselectie gelden aparte regels; daarin is door deze wijziging niets veranderd.
Merries die het predicaat eerder met bijvoorbeeld 96, 97 of 98 hebben behaald, behouden dit. Een eerder behaald predicaat wordt dus niet afgenomen door deze wijziging.
Waarvoor kun je D-OC gebruiken?
D-OC helpt je om de erfelijke aanleg voor OC mee te wegen. Dat is vooral relevant wanneer je een merrie of hengst later voor de fokkerij wilt gebruiken. Een fokker kan de waarde betrekken bij de keuze van een passende partner.
Ook kan D-OC bij merries worden gebruikt om te voldoen aan de gezondheidseis voor het elitepredicaat. Daarvoor moet de merrie eveneens aan de overige voorwaarden voldoen. Het PROK-predicaat blijft een alternatieve route.
Bij de aanschaf van een veulen of paard is D-OC daarmee één van de gegevens die je kunnen helpen. Hoe zwaar je die informatie laat meewegen, hangt mede af van je plannen: zoek je een toekomstig rijpaard, een fokmerrie of een mogelijke dekhengst?
Welke garanties geeft D-OC niet?
Het D-OC-predicaat bevestigt dat een paard bij toekenning aan de geldende voorwaarden voldeed. Het geeft geen zekerheid dat:
het paard zelf vrij is van OC of OCD;
röntgenfoto’s op latere leeftijd geen afwijkingen laten zien;
een paard met een lage waarde later wél afwijkende foto’s heeft;
het paard altijd gezond en kreupelheidsvrij blijft;
eventuele nakomelingen vrij zijn van OC of OCD.
Ook krijgt een veulen uit twee dezelfde ouders niet automatisch hetzelfde predicaat. Elk veulen erft een eigen combinatie van erfelijk materiaal en kan daardoor anders scoren dan zijn ouders.
D-OC en röntgenologisch onderzoek vullen elkaar aan
Een DNA-onderzoek en een röntgenologisch onderzoek geven verschillende informatie. D-OC gaat over de geschatte erfelijke aanleg voor OC. Röntgenfoto’s maken het mogelijk om de onderzochte botten en gewrichten van het individuele paard te beoordelen.
PROK is gebaseerd op het voldoen aan de röntgenologische eisen van het KWPN. Dat is dus iets anders dan een gunstige DNA-uitslag.
Bespreek bij aankoop met een onafhankelijke paardendierenarts welk onderzoek past bij de leeftijd van het paard en jouw gebruiksdoel. D-OC kan aanvullende informatie bieden, maar vervangt die individuele beoordeling niet.
Kijk naar het complete veulen
Bij Veulentekoop.nl zien we D-OC als een hulpmiddel om een beter geïnformeerde keuze te maken. Vraag naar de daadwerkelijke waarde en bekijk deze samen met de afstamming, het karakter, de bouw, de beweging en de beschikbare gezondheidsinformatie.
Een lage D-OC-waarde sluit goede röntgenfoto’s op driejarige leeftijd niet uit. Een hoge waarde garandeert ze evenmin. En een waarde van 96, 97 of 98 blijft een mooie uitslag rond het populatiegemiddelde, ook als daarmee onder de nieuwe norm geen predicaat meer wordt behaald.
Gebruik de informatie om je keuze te ondersteunen en laat de beoordeling van een veulen of paard niet afhangen van één getal.



Opmerkingen