top of page

De paardenfokker van de toekomst: verder kijken dan het veulenseizoen

26 okt
8 minuten om te lezen

Het is najaar. In de wei loopt het veulen waar je vorig voorjaar zo zorgvuldig een hengst voor uitzocht. Je hebt uitgekeken naar de geboorte, nachten gewaakt en genoten van die eerste rondjes naast de merrie. Inmiddels is het veulen groot genoeg om naar een nieuwe eigenaar te vertrekken.


Alleen is die eigenaar er nog niet.


Er zijn reacties geweest. Mensen hebben informatie gevraagd, een video bekeken of over de prijs gesproken. Maar tot een verkoop kwam het niet. Ondertussen komt de winter dichterbij, moet er stalruimte beschikbaar zijn en lopen de kosten door.


Voor een fokker is dat een lastig moment. Je wilt een goede plek voor je veulen en een redelijke vergoeding voor wat je hebt gefokt en geïnvesteerd. Tegelijk ontstaat de druk om te verkopen.


Juist daar begint voor mij het verhaal van de paardenfokker van de toekomst.


De vanzelfsprekendheid verdwijnt

Op de foto mijn eigen gefokte Guardian's Delight.
2017 - Mijn eigen gefokte Guardian's Delight

De veranderingen in de paardenfokkerij lijken in een stroomversnelling te raken. Vooral voor de hobbyfokker wordt het steeds belangrijker om verder vooruit te kijken.


Voer, strooisel, dierenarts, hoefsmid, dekgeld, opfok en vervoer vormen samen een flinke investering. De btw-verhoging op onder meer veevoer, stro en opfokdiensten sinds 2025 komt daar voor fokkers die deze btw niet kunnen aftrekken rechtstreeks bovenop. Voor btw-ondernemers kan de uitwerking anders zijn, maar ook zij moeten de rekeningen eerst betalen.


Tegelijk ervaren veel fokkers een moeizamere afzet. Dat gevoel staat niet op zichzelf. In een eind 2024 gepubliceerde enquête van Horses.nl onder ruim 1.100 respondenten meldde 43 procent minder merries drachtig te hebben voor het volgende seizoen. Hogere kosten en een verslechterde afzetmarkt werden daarbij veel genoemd.


Ook de koper rekent verder dan de aanschafprijs. Een veulen kopen betekent vervolgens jaren investeren in opfok, verzorging en opleiding, voordat duidelijk wordt hoe het paard zich onder het zadel ontwikkelt.


Die onzekerheid maakt het begrijpelijk dat sommige kopers liever wachten op een jong paard dat al een deel van dat traject heeft doorlopen.


De door mij zelf gefokte Guardian’s Delight op de Oldenburger veulenkeuring. Hij neemt tussendoor even een drinkpauze bij zijn moeder. Een herinnering om even bij stil te staan. Hij liep de veulenpremie mis. Hij werd voordat hij de ring in ging gechipt, Daar schrok hij zo van, dat hij ten val kwam en niet helemaal zuiver liep. Hij hield er tijdelijk een dik kogeltje aan over en werd dat jaar niet verkocht. De plannen werden gewijzigd: hij ging naar de opfok in plaats van naar een nieuwe eigenaar.
De door mij zelf gefokte Guardian’s Delight op de Oldenburger veulenkeuring. Hij neemt tussendoor even een drinkpauze bij zijn moeder. Een herinnering om even bij stil te staan. Hij liep de veulenpremie mis. Hij werd voordat hij de ring in ging gechipt, Daar schrok hij zo van, dat hij ten val kwam en niet helemaal zuiver liep. Hij hield er tijdelijk een dik kogeltje aan over en werd dat jaar niet verkocht. De plannen werden gewijzigd: hij ging naar de opfok in plaats van naar een nieuwe eigenaar.

De belangrijkste keuze valt vóór de dekking

Ik verwacht dat de weerbaarheid van een fokker steeds minder zal afhangen van de vraag hoe snel een veulen wordt verkocht. Belangrijker wordt of de fokker ook verder kan wanneer die verkoop uitblijft.


Dat begint al voordat de merrie naar de hengst gaat.


Wat gebeurt er als het veulen volgend najaar nog thuis staat? Is er een geschikte opfokplek? Is er budget en ruimte voor nog een jaar of meerdere jaren verzorging, keuring, opleiding en training? En wat als het veulen van het voorgaande jaar óók nog niet verkocht is?


Een leeg plekje in de wei is snel gevuld. Maar iedere nieuwe jaargang brengt een volgende verplichting met zich mee.


Daarom kan één veulen minder fokken een heel bewuste keuze zijn. Je houdt ruimte over, financieel en praktisch, en voorkomt dat je later moet verkopen onder de kostprijs, omdat er simpelweg geen andere mogelijkheid meer is.


De fokker van de toekomst fokt naar mijn verwachting vaker wat hij ook verantwoord kan aanhouden.


Dat geeft geen garantie op rendement. Het geeft wel meer vrijheid om een aanbod af te wegen en de juiste eigenaar te zoeken.


Kwaliteit krijgt een bredere betekenis

Minder veulens fokken betekent niet automatisch betere veulens fokken. Daarvoor moeten ook de keuzes veranderen.


Een interessante afstamming en opvallende beweging blijven waardevol. Maar uiteindelijk komt er iemand op het paard te zitten. Dan worden andere eigenschappen heel concreet.


Hoe reageert het paard op iets nieuws? Kan het ontspannen na spanning? Begrijpt het wat de ruiter vraagt? Laat het zich prettig verzorgen, vervoeren en begeleiden?


Voor mij zullen gezondheid, karakter en rijdbaarheid daarom nog zwaarder gaan wegen. Naast aanleg voor de sport wordt de vraag belangrijker voor welke ruiter een paard geschikt is.


Er zijn veel liefhebbers die geen internationaal toppaard zoeken, maar een gezond paard waarmee ze met plezier kunnen trainen, op wedstrijd kunnen gaan en veilig op buitenrit kunnen. Ook voor die paarden moet bewust worden gefokt.


Een fijn amateurpaard is een fokdoel dat aandacht en selectie verdient.


Een onverkocht veulen heeft een vervolgplan nodig

Wanneer een veulen niet wordt verkocht, betekend dat zeker geen mislukking. Het kan een ander verkooptraject betekenen, mits dat traject vooraf haalbaar is gemaakt.


Of het veulen nu naar een opfokbedrijf gaat of bij de fokker thuis opgroeit, de basis blijft hetzelfde: passend gezelschap, voldoende vrije beweging, goede voeding en tijd om zich te ontwikkelen. Als fokker blijf je betrokken en volg je hoe het jonge paard uitgroeit, zowel lichamelijk als in karakter.


Niet ieder veulen toont op hetzelfde moment zijn kwaliteiten. Een opvallend bewegend veulen kan later anders uitgroeien dan verwacht. Een minder spectaculair veulen kan zich juist ontwikkelen tot een heel compleet rijpaard.


Door jonge paarden langer te volgen, leer je als fokker ook anders kijken. De ontwikkeling over meerdere jaren vertelt meer dan één presentatie op een mooie zomerdag voor een foto- en videoshoot.


Guardian's Delight in de opfok. En ja... de kleinste van de groep..
Guardian's Delight in de opfok. En ja... de kleinste van de groep..

Rond tweeënhalf jaar opnieuw de balans opmaken

Een mogelijk volgend beoordelingsmoment ligt rond tweeënhalf tot drie jaar. In overleg met de dierenarts kan dan klinisch en röntgenologisch onderzoek plaatsvinden, passend bij de plannen met het paard.


Dat biedt informatie om een volgende investering af te wegen.


Daarbij vraagt de uitslag om nuance. Een röntgenologische bemerking betekent niet automatisch dat een paard ongeschikt is voor de sport. De aard en plaats van de bevinding, het klinische beeld en het beoogde gebruik moeten samen worden beoordeeld. Ook foto’s zonder bemerkingen bieden geen garantie op een probleemloze toekomst.


Bij ernstige bevindingen komt een fokker voor moeilijke keuzes te staan. Soms is een paard ongeschikt voor de beoogde sportcarrière, maar past recreatief gebruik nog wel. Voor sommige merries kan een rol als pleeg- of draagmerrie een mogelijkheid zijn, mits hun gezondheid en welzijn dit toelaten.


Voor de fokker kan dit betekenen dat verdere investering in opleiding niet meer verantwoord is. Verkoop met verlies, met volledige openheid over de bevindingen, kan dan een uitkomst zijn. Wanneer een passende bestemming ontbreekt, komen soms ook euthanasie of slacht ter sprake. Dat is een pijnlijke kant van de fokkerij waar weinig of liever niet over wordt gesproken.


Een paard levenslang in de wei houden klinkt als een mooie oplossing, maar vraagt jarenlang om geschikte huisvesting, verzorging en geld. Ter illustratie: bij € 3.000 per jaar lopen de kosten over dertig jaar op tot € 90.000, zonder onverwachte uitgaven of prijsstijgingen. Dat is een harde realiteit: zo’n langdurige financiële verplichting is voor veel fokkers en paardeneigenaren niet haalbaar of gaat verder dan wat zij kunnen en willen dragen, zeker wanneer het om meerdere paarden gaat.


Juist daarom moeten ook deze moeilijke scenario’s onderdeel zijn van de afweging vóór het fokken. Daarbij horen zowel de mogelijkheden van de fokker als de kwaliteit van leven en een verantwoorde toekomst voor het paard centraal te staan.


Bij andere bevindingen kan opleiding of verkoop wel passend zijn, met volledige openheid over de beschikbare informatie.


De vraag blijft: welk vervolg is verantwoord voor dit paard, en kan je dit als fokker ook bieden? Een paard met ernstige gezondheidsproblemen of afwijkingen doorverkopen zonder een realistisch toekomstperspectief kan betekenen dat het via de handel van eigenaar naar eigenaar verhuist. Dat brengt veel verdriet en kosten voor meerdere partijen met zich mee, terwijl dit voor het paard telkens stress oplevert, omdat het iedere keer opnieuw moet wennen aan een nieuwe situatie en mogelijk ook niet de zorg krijgt die het nodig heeft.


Wanneer er, na zorgvuldige afweging, geen haalbaar perspectief is op een leven met voldoende welzijn, kan waardig afscheid nemen in mijn ogen de paardvriendelijkste keuze zijn. Hoe verdrietig dat ook is, zeker als het om een jong paard gaat.


Van zelf gefokt veulen naar een fijn paard onder het zadel

Een paard dat geschikt wordt geacht voor verdere opleiding, kan onbeleerd worden aangeboden. Blijft verkoop uit, dan kan zadelmak maken een volgende stap zijn, zodra het paard daar lichamelijk en mentaal aan toe is.


Daar begint een fase die ik voor de fokkerij steeds belangrijker vind worden.


Onder het zadel wordt zichtbaar hoe een paard leert, hoe het met spanning omgaat en hoeveel vertrouwen het in zijn begeleider heeft. Ook balans, werklust en herstel na een nieuwe ervaring kunnen beter worden beoordeeld.


Een rustig opgebouwd traject richting vier- of vijfjarige leeftijd kan een fokker meer informatie geven over het zelf gefokte paard. Het paard heeft dan de gelegenheid gehad om ervaring op te doen en vertrouwen te ontwikkelen.


Die leeftijd mag alleen geen deadline worden. Het ene paard heeft meer tijd nodig dan het andere. Rust, weidegang en periodes waarin weinig wordt gevraagd, horen ook bij een doordachte opleiding.


Langer aanhouden krijgt pas meerwaarde wanneer je die tijd benut voor een zorgvuldige opleiding, afgestemd op de aanleg, het tempo en de mogelijkheden van het paard. Dat vraagt om de bereidheid om te investeren in passende training en begeleiding.


Guardian’s Delight met Femke Verberne, die na het zadelmak maken samen met mij zijn verdere opleiding onder het zadel verzorgde.
Guardian’s Delight met Femke Verberne, die na het zadelmak maken samen met mij zijn verdere opleiding onder het zadel verzorgde.

De fokker hoeft het niet alleen te doen

Niet iedere fokker kan of wil zelf jonge paarden rijden. En niet iedere goede fokker is ook de juiste opleider voor een onervaren paard.


Ik verwacht daarom dat samenwerking een nog grotere plaats krijgt. Met een jonge ruiter die zorgvuldig kan opleiden, een trainingsstal die bij het paard past of een handelsstal die de juiste kopers bereikt.


Daarbij is talent alleen niet genoeg. Geduld, begeleiding en ervaring met jonge paarden zijn minstens zo belangrijk.


Een goede samenwerking begint met duidelijke afspraken over kosten, evaluatiemomenten, verkoop en de verdeling van eventuele opbrengsten. Ook moet vooraf besproken worden wat er gebeurt als het paard meer tijd nodig heeft of de verkoop langer duurt.


Zo kan de fokker betrokken blijven bij de ontwikkeling, terwijl de dagelijkse opleiding in passende handen ligt.


De waardevolste terugkoppeling komt soms pas jaren later

Een van de voordelen van die betrokkenheid is de kennis die terugkomt naar de fokkerij.

Je ziet als fokker wat jouw keuzes opleveren. Niet alleen in model en beweging, maar ook in het dagelijkse werk.


Misschien blijkt een merrie steeds paarden te geven die makkelijk leren en graag samenwerken. Misschien valt bij verschillende nakomelingen juist dezelfde lichamelijke kwetsbaarheid of moeite met de opleiding op.


Dat zijn waardevolle signalen voor een volgende hengstenkeuze, maar ook voor de vraag met welke merries je verder wilt fokken.


Daarbij moeten we eerlijk blijven: rijdbaarheid ontstaat uit een combinatie van aanleg, gezondheid, opfok en opleiding. Eén moeilijke nakomeling bewijst niet dat de merrie verkeerd vererft. Terugkerende patronen bij meerdere nakomelingen, onder verschillende omstandigheden, verdienen wel aandacht.


Wie zijn zelf gefokte paarden blijft volgen, kan steeds gerichter keuzes maken.


Langer aanhouden moet ook financieel kloppen

Er zit een belangrijke grens aan dit verhaal. Een paard wordt niet vanzelf rendabel doordat het ouder en verder opgeleid wordt.


Iedere maand kost geld. Daarbij komen risico’s op blessures, tegenvallende ontwikkeling en een verkoopprijs die de totale investering niet dekt.


De fokker van de toekomst zal daarom ook tussentijds blijven rekenen. Wat kost het volgende halfjaar? Welke ontwikkeling verwachten we redelijkerwijs? En past die investering nog bij dit paard en onze mogelijkheden?


Soms is verkopen tegen een lagere prijs een verstandige beslissing. Het doel is dat je die keuze bewust kunt maken, zonder dat ruimtegebrek of een lege rekening je ertoe dwingt.

Ook een jaar niet dekken kan dan een goede fokkerijbeslissing zijn.


De toekomst begint bij het paard dat straks gereden wordt

Ik denk dat de hobbyfokker een waardevolle plaats houdt. Juist de persoonlijke aandacht, de kennis van een merrie en de betrokkenheid bij haar nakomelingen kunnen veel betekenen.

Maar de blik zal verder moeten reiken dan het volgende veulenseizoen.


Van hengstenkeuze naar opfok. Van opfok naar opleiding. En van het eerste rondje onder het zadel terug naar de volgende fokkerijbeslissing.


Voor mij is dat de paardenfokker van de toekomst: iemand die bewust kiest hoeveel hij fokt, ruimte houdt voor een langer traject en samenwerking zoekt waar dat nodig is.


Iemand die bij een pasgeboren veulen al denkt aan de ruiter die er over een paar jaar met plezier op wil stappen.


Sabine Smit


Eigenaresse Sophie met Guardian's Delight. Een mooie eerste prijs. Inmiddels zijn ze op weg naar hun debuut in de Z1. Ik ben benieuwd wat de toekomst nog meer gaat brengen..
Eigenaresse Sophie met Guardian's Delight. Een mooie eerste prijs. Inmiddels zijn ze op weg naar hun debuut in de Z1. Ik ben benieuwd wat de toekomst nog meer gaat brengen..

Opmerkingen


bottom of page